Zet twintig dichters in de zon en je smelt.

De zomer kende een ongeziene hittegolf. We kleefden aan elkaar en aan de grond, soms letterlijk, als we te moe waren om recht te staan of al liggend een gedicht brachten. De eerste stop was Kortrijk. We openden er de tour met workshops en een reeks voordrachten. Dat was leuk, want we leerden elkaars stijl kennen. Een groep dames was fan van elk van ons. We sliepen die avond in een hostel, het ontbijt de volgende ochtend was de brug naar Gent.

Gezien de grote Gentse delegatie onder de busdichters kon de stad nauwkeurig verkend worden. De namiddag vulden we met zeefdrukken, workshops en een tocht door het historisch centrum met de Steltenbus. De avond bewaarden we voor wat we achteraf de meest geslaagde reeks optredens vonden. We waren welkom in Bar Mitte, aan het MIAT-museum, en onze Poëziebus stond op straat zodat iedereen kon zien hoe mooi die was.

Na alle hoofden dubbel geteld te hebben, we waren bijna een dichter kwijt, vertrokken we de dag erop naar Antwerpen. ‘s Namiddags gaven we workshops en fluisterden we poëzie op het terras van Bar Paniek, en clameerden we onze verzen aan het MAS. Daarna toerden we naar Hoogstraten. Toen we de podiumwagen opstelden, vloog er een luchtballon over in de vorm van een aardbei. Het was de eerste avond dat we een trui aandeden. We sliepen in een internaat, elk in een eigen kleine kamer, alsof we op retraite waren en eigenlijk was dat wel een beetje zo.

Na Hoogstraten reden we naar Maastricht, de langste busrit. We kregen er tips van Jessy James Lafleur en gingen aan de slag met onze gevoelens. Er barstte bijna een onweer los, maar het publiek bleef zitten. We sliepen in een slaapzaal met dierenposters op de muren, het leek op een zomerkamp. De volgende ochtend stonden de meneren die voor het eten zorgden heel vroeg op om boterhammen voor ons te snijden.

Daarna gingen we naar Zwolle, waar we samenwerkten met jazzmuzikanten. Na de optredens dansten we in een kunsthal, heel spontaan, en iedereen deed mee. In Rotterdam gaven we opnieuw workshops, gingen we rond met de Steltenbus, traden we op in de binnenstad en daagden we onszelf uit om per twee te performen met extra opdrachten.

De week werd afgesloten in Amsterdam, op een groot grasveld waar veel mensen zaten. We deden workshops en traden op. Tussendoor zochten we spullen op de rommelmarkt, die we dan met elkaar deelden. Toen we de laatste knuffels gaven, wilden we voor altijd aan elkaar blijven kleven.

(c) Kristien Spooren