Dag 1
Nederlands Letterkundig Museum (Den Haag) & sPEAK / CAPSLOC (Capelle aan den IJssel)

357

Het was een wondermooie eerste Poëziebusdag in Den Haag en Capelle aan den IJssel. De bezielende performance van Joke van Leeuwen, Dichter der Nederlanden, zette meteen de toon voor wat zou gaan komen. Haar ‘Boekenblues’ liet het publiek van dichters en poëzieliefhebbers niet onberoerd! Het begon allemaal in het Letterkundig Museum, dat de Poëziebus liefdevol omarmd heeft net als het Haags Historisch Museum, de Taalunie en De Kuyper, die de heerlijke gin-tonics mixte.

De busdichters traden tegelijkertijd over twee podia op. De optredens lieten een grote diversiteit zien en horen. Zinnen als “In het huis van de poëzie zwijgen de goden” ( Marc Opfer-Ruting), “Wij vallen allemaal terug dezelfde knal in” (Runa Svetlikova) bleven hangen in de geest. Daarna reed de rode Poëziebus voor, vervoerde ons naar CAPSLOC, het jongerencentrum in Capelle aan den IJssel waar de poëzie de sfeer van een popzaal omarmde met drie blokken van dichters die door Miranda de Haan vanuit de fauteuil met verve werden aangekondigd. sPEAK, het literaire podium van CAPSLOC, was onze gastvrouw. In het sfeervolle licht van het poppodium kwam de poëzie energiek tot leven en stroomden wondere woorden en zinnen de zaal in.

146

Deze dag werd ook de mooie Poëziebus-bundel gepresenteerd met gedichten van alle 50 dichters.

Dag 2
Rietveldtheater (Delft) & Koningsplein (Den Haag)

Na een heerlijk ontbijt in het Room Hostel in Rotterdam, vertrokken we met de rode Poëziebus, gereden door Bas, naar Delft waar we werden opgewacht door een voordragende (en in middeleeuwse kleding gestoken) Menno Olde Riekerink Smit, de man achter Verzet de Zinnen, die het Rietveldtheater voor ons had geregeld.

705

We werden ingedeeld in trio’s, hadden tijd om het mooie centrum van Delft te verkennen en lieten in drieman/vrouwschap onze gedichten luisterrijk klinken, sfeervol zoals dat in een theater mag zijn. Menno had ons gevraagd drie trefwoorden op te geven die de kern van ons werk raken. ‘DJ’, ‘ritme’, ‘ode’ zijn de mijne. Ook de opeenvolging van optredens had een flow, een ritme en na een dag met elkaar in de Poëziebus voelde je al de synergie. Zanger/gitarist Timo van der Vring uit Delft, sloot af met bluesy popsongs.

Die synergie droegen we ook uit op het Koningsplein in Den Haag waar we in groepen met bewoners een Koningspleingedicht brouwden; ‘En plein public’ , voorgedragen door Simon Mulder. Ook Haagse dichters en musici als Noning Dichtman, Max Lerou en Maarten Willems sloten aan en dichteressen uit de buurt droegen, gestimuleerd door onze voordrachten, voor (eentje zelfs voor het eerst).

1241

Dat is heel mooi, zo brengen we de poëzie dichter bij de mensen en roept dit op om zelf voor te dragen, op het Koningsplein staande op een bankje. Ik sloot af na ‘En de DJ zei nog zo’ op de djembé met Maarten Willems op gitaar.

Dag 3
Vondelpark (Amsterdam) en De Schouw/Wunderbar (Rotterdam).

655

Het Vondelpark bood een zonovergoten aanblik, de poëzie kroop via vijf podia vlakbij het Openluchttheater bij recreërende en voorbij wandelende en fietsende Amsterdammers en toeristen naar binnen. Een zwemmende hond blafte soms luidkeels door de gedichten heen. Amsterdamse dichters zoals Anke Labrie sloten zich geweldig aan, net als Amsterdamse dichtersgroepen.

We stonden op houten kisten of ernaast. Ik kreeg het gevoel in een poëtisch Hyde Park te staan. Een buitenlandse toerist vroeg om een gedicht in het Engels. Ik kwam niet verder dan ‘maan’ naar ‘moon’ te vertalen maar Jaap Montagne deed een gedicht over Leiden geheel in het Engels.

Toen podium 1 waar ik stond afgelopen was nog even tijd bij podium 2 te kijken. En aanhoorde de mooie songs van zangeres/gitarist Iris Penning die met ons meereisde naar Rotterdam en verder.

Op de Witte de Withstraat bij Café de Schouw werden we hartelijk welkom geheten door het publiek. We kregen per dichter één minuut, liet presentator/dichter Edwin de Voigt ons weten. Bijna iedereen hield zich daaraan in het overvolle supergezellige café. Een rollercoaster van gedichten van busdichters en Rotterdamse poëten die zich tijdelijk aansloten.

730

Podium poëzie, Café poëzie, in Worm Wunderbar ging het verder: drie minuten per dichter. DJ BMI (Menno) overstemde dichters die te lang doorgingen met draaitafelmuziek. De sfeer was geweldig al was het aan de bar wat te rumoerig. Na afloop liet Menno ons dichters dansen. Dichters dansen dus! En na drie dagen met de Poëziebus op tour krijg ik het gevoel al twee weken weg zijn.

De variëteit aan locaties is groot: van museum naar popzaal, van theater naar stadsplein, van zomers park naar café, en in feite zitten er twee dagen in een dag, we rijden van dag naar dag met die bijzondere rode bus die altijd veel bekijks heeft!

Dag 4
Hall of Fame/Spoorzone (Tilburg) en de Gouden Bal (Eindhoven).

138

We hebben de Randstad achter ons gelaten. De Poëziebus rijdt Brabant binnen. Onderweg naar Tilburg kijk ik uit het busraam. Ik sprokkel wat woorden bij elkaar. Dit is het resultaat:

De bus laat Brabant voorbijglijden
bomen laten dichters dromen
takken spreiden veelzijdigheid
nu reizende vogels de lucht klaren
woorden stilte ademen
bladeren vanzelf omslaan
vanuit het busraam.

Ik zal het in ‘De Boemel‘ voordragen vers van de pers. ‘De Boemel’ is een van de 3 locaties in de Spoorzone in Tilburg. Daar wacht de Tilburgse stadsdichter Martin Beversluis ons op, leidt ons langs de locaties: de houten skatebaan, ‘de Kennismakerij‘ waar de bibliotheek is gevestigd. Een mooie optreedplek waar ik wel wil optreden, maar het wordt ‘de Boemel’, buiten onder een boom, ook een toffe plek.

428

Naast de busdichters treden ook dichters en dichteressen uit Tilburg op. Het wordt een fraaie stroom van gedichten. Ria Westerhuis en Delia Bremer zijn uit Drenthe overgekomen, dragen zelfs in het Drents voor. Mizza zorgt voor de muzikale noot. En ik sleep de percussie van het binnen naar het buitenpodium: de cajon en de cajonga. Na het djembével en de castagnetten nu het hout, om mijn Cuba-gedichten tot leven te brengen. Van Tilburg naar Havana en via Drenthe weer terug. Irene Siekman, met Sven de Swerts, behorend tot de organisatoren- waarvoor hulde!- presenteert met verve.

Het is een bijzondere plek om voor te dragen, sowieso is de Hall of Fame iets aparts, een enorm groot voormalig terrein van de spoorwegen waar nu podia zijn, ruimtes voor kunstenaars en een skatebaan. Tijdens lunch en diner konden we jonge jongens halsbrekende tours zien uithalen op skateboards en rolschaatsen. Een val onderbrak even de gerichtheid op pasta en humus, of een diepzinnig gesprek.

1412

En daarna rijden we door naar Derrel’s podium in ‘De Gouden Bal‘ in Eindhoven. De buitenruimte van het café is de juiste ambiance voor de kleurrijke woorden en zinnen van dichters en dichteressen, sommigen ook uit Eindhoven. Er heerst een vrolijke poëtische sfeer met niet alleen gedichten maar ook muziek. Tijdens zo’n tour slaat ook de humor toe en wordt Mickey’s ‘Superman’ door zestiger Mark uit Mol omgetoverd tot ‘Superopa’. Na vier dagen optreden op acht verschillende plekken ervaar je dat elke locatie een totaal eigen ambiance heeft. Dat maakt deze Poëziebus-tour tot een zeer intense beleving van de podiumpoëzie!

Dag 5.
19 locaties in Turnhout en Werkgebouw (Maastricht)

De Poëziebus met Nederlandse en Vlaamse dichters rijdt donderdagochtend voor het eerst België binnen. Op weg naar Turnhout laat ik de herinneringen aan voorgaande optredens tijdens de tour aan me voorbijglijden als was het een film. Behalve dat er heel veel foto’s worden gemaakt, wordt alles ook op video opgenomen.

2612

In Turnhout is het voor fotograaf/dichter Theo Huijgens onmogelijk alle locaties te bezoeken, het zijn er namelijk negentien en alle optredens vinden tegelijkertijd plaats: van half 1 tot kwart voor 1. We gaan in tweetallen naar de locaties. Ik ben met Marijke Hooghwinkel geprogrammeerd in het kleine eetcafé ‘Koffie en Boon‘. Daar gaan we heen na de lunch op de centrale Ouwe Markt, een dertigtal dichters etend aan een grote tafel op het stadsplein; het is net een film.

Mickey Wo wordt later écht gefilmd door een Turnhouts tv-station. De Turnhoutse dichter/organisator Wim Paeshuyse heeft het allemaal prima geregeld. Ieder tweetal krijgt een gids mee, Marijke en ik gaan naar het dichtbije ‘Koffie en Boon’. De restauranteigenaar zal ons fotograferen.

Terwijl een achttal mensen zit te smullen van hun maaltijd, draag ik mijn ode aan de ijsdwerg Pluto voor, mezelf begeleidend op triangel. Marijke houdt mijn tekst vast, want het vrij nieuwe gedicht ken ik nog niet uit mijn hoofd. Tijdens de ‘Ochtendjazz’ wens ik iedereen een smakelijk eten. Ik begeleid een van Marijkes gedichten met de riq, een tamboerijn-achtig instrument uit Noord-Afrika. Het etende publiek reageert geamuseerd. Anderen, zoals Mickey, dragen voor op een terras. Of zoals Geraldina Metselaar in een woonzorgcentrum. Of zoals Joz Knoop en O’ten tic Tim in de Supermarkt. Een kwartier lang is Turnhout zo de poëtische hoofdstad van de wereld.

2949

Van Turnhout naar Maastricht, waar we aanmonsteren in het Werkgebouw, een kunstenaarslocatie. Na een vorstelijke maaltijd in de Tapijn kondigt de Heerlense dichter Merlijn Huntjens ons aan. Buiten. Wij klimmen op een houten podium. Even dreigen de optredens verstoord te raken door een dronken dwaas in het publiek die door de gedichten heen roept. Er wordt een korte pauze ingelast om de man van het terrein te laten verdwijnen. Dat kan gebeuren bij zo’n buitenoptreden. Als de man weg is, loopt alles gesmeerd. Joz Knoop’s ‘Ode aan de Damschreeuwer’ is nu enigszins toepasselijk maar toch is dit anders. Het publiek is zeer betrokken, dit is publiek dat voor de poëzie komt en dat voel je als dichter. Het trekt het niveau verder omhoog. Ik begeleid Meriam Ching-Yong‘s gedicht over kroeshaar op de djembé en later
ook Sven de Swerts. Er zijn vele mooie momenten.

Als de bus vertrekt naar Terblijt, een dorpje buiten Maastricht, richting Valkenburg, heerst er een vrolijke sfeer in de bus. In het donker komen we aan bij de gezellige herberg, nu eens buiten de stad. Na de backpackershostels in Den Haag en Rotterdam en het luxe Blue Collar Hotel in Eindhoven overnachten we nu eens op het  platteland in het Zuid-Limburgs heuvellandschap. Maar niet voordat Delia Bremer en Ria Westerhuis spontaan erotische gedichten voordragen in de bar van de herberg.

Dag 6.
De Pianofabriek (Brussel)

We zijn met de Poëziebus in de hoofdstad van Europa aanbeland. Bassie moet met de bus wel wat toeren uithalen om de smalle straten van de wijk Sint-Gillis door te komen en bochten te maken, vooruit of achteruit.

Brussel here we are! Of moeten we dat in het Frans zeggen: “Nous sommes ici!” We zullen voordragen in het Nederlands, maar ook in het Engels en het Frans voor wie kan. En in nog een andere taal, maar dat laat ik nu nog in het midden.

205

Voor het zover is krijgen we een workshop ‘Performing on Stage’ van Spaïcy Bazile, een Canadees/Haïtiaanse singer-songwriter en coach van de Academy Anne-Lamercie-Cedat. Het doel van de workshop is de eigen performance naar een hoger niveau te tillen. Het gaat over ‘The mind’; je ‘mission statement’ dwz waarom sta ik daar op het podium, wat wil ik zeggen. Er is altijd iets dat je beweegt het podium te betreden, wees bewust van wat je doet, ‘The Body’ ( ademoefeningen, stemtraining) en ‘The Soul’ (wees jezelf, het podium is van jou, hou van wat je doet). Het was interessant en het zal voor iedere dichter anders zijn geweest, maar voor mij was het ‘Terug naar Af’,  alsof ik weer aan het begin van m’n performance-loopbaan sta.

Vroeg in de avond konden we het geleerde in de praktijk brengen. Toch heb ik geen stemoefeningen gedaan terwijl mijn collega-dichters voordroegen in de drie eerder genoemde talen. Iris Penning beet het spits af, nu niet met gitaar maar met een loopstation, zo’n elektronisch apparaat waarmee je je stem kan dubbelen, vervormen, door kan laten lopen terwijl je nieuwe regels zingt.

Van Daan Taks herinner ik me de regel ‘meer kolder meer kelder’, van de Brugse dichteres Julie Beirens ‘niets is zeker’; Mickey Wo haalde in het Engels Shakespeare’s ‘Othello’ aan. O’ten tic Tim Bootsman was de eerste die in het Frans declameerde en niet eens met Rotterdamse tongval. Runa Svetlikova‘s zin ‘dit is een biologisch gedicht met verstrekkende gevolgen’ sloeg aan, de techniek liet het soms afweten, Irene Siekman kondigde weer met verve aan en zo kunnen we weer doorgaan: Derrel Niemeijer rent, valt, brengt een ode aan Sartre; Joz Knoop did the Jozzonets in English; Dean Bowen zingt en declameert in het Engels  ‘like an actor’; Monika zingt Brel’s ‘Ne me quitte pas’, Jolies Heij draagt geheel in het Frans voor en goed ook, Wim Paeshuyse noemt zichzelf een dichter uit Gymnastic Woods ( wie ‘m snapt mag het zeggen).

Jaap Montagne draagt voor uit zijn bundel ‘Biotopia’ en doet een gedicht over de dood; een Leidse drummer met wie we allebei gespeeld hebben heeft zichzelf net van het leven beroofd. Hoe reageer je daarop? Via een gedicht over de dood! Joost Hoeck, de jongste van het stel dichters, draagt voor in Vlaams. ‘De plotsklapse klap’ blijft  me bij.

060

Noning Dichtman doet het goed in ‘t Engels. Real Spoken Word, Theo Huijgens brengt een ode aan Joz Knoop. Miranda de Haan bezigt een andere taal: het Spaans. Ik zal dat later ook doen in een gedicht over Yemaya, de Afro-Cubaanse godin van de zee. Maar voor het zover is, duikt Jan Ducheyne ineens op maar die woont dan ook in Brussel. Hij laat zijn poëmen in het Frans klinken, doet dat met een lach. Irene onderbreekt hem want hij weet niet van ophouden.

Maar dan moeten we stoppen want in een andere zaal begint een Elektro Soundscape Act; Alsof de new wave nooit weg is geweest. Het kan daarna nog even doorgaan met de poëzie. Tot er weer soundscapes en nu met zang weerklinken in het avondrijk van de Pianofabriek.  Daarna gaan we naar Les Auberges de Jeunesse waar ‘s nachts de eerste regenvlagen op de ramen van de kamers neerkletteren

Dag 7.
Vrijstaat O & ‘t Kroegske (Oostende) en Bar Paniek (Antwerpen)

We gaan naar zee. Jammer genoeg met slecht weer. Het waait keihard in Oostende. IJshuisje ‘Martine’ is dicht. Sommige dichters waaien het strand op. Jan Ducheyne, oud-inwoner van Oostende, blaast de poëzie leven in met frisse gedichten en kondigt eenieder aan, gekleed in een smetteloos wit jasje. Met uitzicht op strand en zee belicht Geraldina Metselaar de duinen van haar stad Den Haag. Julie Beirens dicht: ‘laat mij uw hemel zijn’. Ik kijk omhoog en zie de wolken wijken voor de zon. Dank Julie!

1852

Mark Mertens doet het in het Frans. Joost Hoeck begint met iets slamachtigs en dan een echte slam: een tekst over Boerenbuiten. Mark Opfer draagt de ‘Dirty Epic of Bob’ voor. Ik hoor woorden en zinnen als:
‘Het roodste rood dat gilt’ en een ‘Witgeklede diva met albasten borsten’. Hij draagt voordracht op aan Jan Ducheyne, die de middag heeft georganiseerd.

Rotterdamse Keet en Marjoleine van Aperen maken zichzelf en publiek los door flink te bewegen. Marjoleine heeft dan adem voor een romantisch gedicht (Hart), Keet: ‘Wij slaan erop: beng beng’. Sister Queen Meriam Ching-Yong zegt: ‘Het kind in mij is een meisje met vlechtjes in d’r haar’. Tegen de dames in het publiek: ‘Laat die penisnijd gaan’. Jan kondigt Gust Peters aan als een ‘Kleine schavuit in het lichaam van ambtenaar’. ‘Stapvoets gaat ze voort en zwijgt in elke taal’ dicht Gust in het gedicht ‘van Antwerpen naar Brussel’.

‘De stad is hard noch teder haar warmte is verleden’, een mooie regel vlak voor de Pizzapauze. Na de pauze meldt Philip Volckaert: ‘voor mij is mooi weer slecht weer’. Noning Dichtman brengt een nieuw abstract gedicht: ‘Vandaag besta ik alleen uit blokjes’. De Antwerpse dichter Gert Vanlerberghe draagt voor uit zijn nieuwste boek: ‘Verdwenen’.

Uit Irene Siekman’s gedicht ‘Betonsanering’ haal ik de zin: ‘En jou aan de verkeerde kant van de deur achterlaat’. Marijke Hooghwinkel bezingt ‘Het opnieuw telkens’. ‘Je valt en valt tot je besluit’. Martin Aart de Jong heeft het over ‘lange benen waar geen einde aan kan komen’. Theo Huijgens noemt zichzelf een chaoot en roept: ‘Sven is a lovely boy’.

Jan kondigt mij aan als een wandelende muziekencyclopedie. Ik draag een gedicht voor dat ik tijdens de busrit Maastricht- Brussel heb geschreven: ‘De wegen van de tijd/ als je die liever vermijdt/vind je jezelf terug op de rotonde van de eeuwigheid’. Jaap Montagne doet voor ‘t eerst tijdens deze tour zijn ‘Breimachine Brei’. Lotte Dodion dicht: ‘We lopen zelf leeg in elkaar’. Wim Paeshuyse: ‘Mijn hart is klaar om gebroken te worden’. Dan vliegen de Timpanen het podium op. Tim Albus, maestro van de woordgrap, is ‘Fyziek’ en O’ten tic Tim, buschauffeur te Rotterdam, leest voor uit zijn ‘Busschrijvingen’. Hij noemt Oostende ‘de allereerste oase van de overlevenden die Engeland wisten te ontvluchten’. Dean Bowen huilt naar een verrotte maan en doet z’n beste performance tot dan toe. Daan Taks, nachtdichter van Tilburg: ‘Ik ben m’n eigen jungle, Ik ben m’n eigen akker’.

Mickey Wo, nu eens geen Superman maar Romeo, gaat geslaagd op de romantische tour. Ik begeleid Sven de Swerts ‘Laat mij schrijven’ op de djembé. Miranda de Haan draagt een ontroerend gedicht voor, voor mensen die iemand in herinnering levend proberen te houden. Cameravrouw Monika Vvariaz dicht de mooie woorden: ‘ik wil me wiegen in je geluid. Ik luister niet naar woorden, ik luister naar gevoel.’ En Yannick Moyson roept: ‘waar een weg is woekert het’; en brengt een ode aan Wannes van der Velde.

3928

Daarna denken we Oostende en de zee achter te laten terwijl het in Nederland stormt en overal takken afbreken als waren het woorden uit een gedicht. We zullen ze repareren! Nee, we duiken eerst nog de kroeg in, ‘t Kroegske, meteen na binnenkomst zijn we al aan de toog in dit Kroegske dat al 64 jaar bestaat. Ieder bericht een kort gedicht, soms zelfs superkort; ‘U Nu’ dicht Mark Mertens voor Meriam Ching-Yong.

In Antwerpen-Oost checken we eerst in in het Nulsterrenpension in de Zomerfabriek. Dan rijdt de Poëziebus naar Bar Paniek in een havenloods in het Antwerps havengebied.  Derrel doet ‘n normaal gedicht.  Meervoudig Cobraprijs-winnaar Gust Peters bekent daar een kattenmens te zijn. Jolies Heij brengt een ode aan Antwerpen: ‘dit is waar ik aan land wil’. Theo Huijgens richt zich op een dame in het publiek: ‘mevrouw u heeft bloemen in uw bilnaad ik pluk ze niet maar morgen wel’. Iris Penning duikt plots op en zingt haar mooie liedjes, laat mij onverwacht meespelen met een van hen, Julie Beirens stelde me die vraag ook en natuurlijk doe ik dat. Want ‘ik ben de ritmesmid’.

380

Tim O’ten tic laat iedereen roepen: ‘Antwerpen laatste pleisterplaats’. Het bleef nog lang onrustig in het Antwerpse!

Dag 8.
Slotevent in Park Bouckenborgh (Merksem/Antwerpen).

We wrijven de slaap uit onze ogen, zoeken naar de douches en grijpen gretig naar het ontbijt. We nemen afscheid van de Timpanen. In de bus van de Zomerfabriek naar park Bouckenborgh laat ik mijn pen wuiven naar de straten en schrijf een gedicht binnen de Artimobiel bus. Bassie rijdt, stuurt, vooruit, soms achteruit. Hij ging langs snelwegen, avenues, rotondes, onmogelijk lijkende bochten, landweggetjes!

Waarvoor hulde! Buzz die bus.

Het rode gezicht
Antwerpen ontwaakt mijn zon
hoor de gitaar
omstrengeld het lied
dat de week droeg
de bus is het gedicht
een rood gezicht
en wervelkolommen houden elkaar recht
tot het laatste woord
met passie is gezegd.

Als we net uitgestapt zijn, komt de drie musketiers uit Rotterdam in de verte aan: Menno Olde Riekerink Smit, Marco Martens en Edwin de Voigt. Ook duiken ineens de Drentse feeën Delia Bremer en Ria Westerhuis op. En uit Amsterdam Emanuel. En Martin Beversluis uit Tilburg.  Ook Antwerpse poëten als Sven Staelens en de roemruchte Vitalski schuiven aan. Terwijl de zon schijnt roept Yannick Moyson van ‘Zinnig Op Zondag’ alle dichters aan en verdeelt ons over drie podia. Iris Penning opent en dicht ritmisch klappend met handen en voeten, ze haalt mij erbij. Het is een groot genoegen deze singer-songwriter uit Eindhoven te mogen begeleiden op de djembé.

2754

Ik ben verder ingedeeld bij Ballonnenvrees, een podium dat de Antwerpse dichter Gert Vanlerberghe regelmatig programmeert. Wij nemen plaats aan een rondhoekige tafel. Sommigen nemen plaats op het hout en springen er vanaf. Gert kondigt ons even wervelend aan als de avond hiervoor in ‘Bar Paniek’. Mark Opfer-Ruting opent. ‘Dit is de magische cirkel ik ben jullie brandpunt’.

Wij worden allen brandpunt, cirkels van woorden zinnen betekenis aandacht: Julie Beirens ‘ik wil jouw hemel zijn’; Marjoleine van Aperen ‘sorry’; Rotterdamse Keet braaf maar mooi even geen erotische zinnen Gust Peeters met zijn mooie Vlaamse tongval, Runa Svetlikova idem dita. Zelf wil ik de djembé erbuiten laten, doe een zomerdans nadat Gert de regen heeft aangekondigd. Is regen ook een dichter? Menno waarschuwt me geen regendans te doen.

Zondags de maan, maandag de zon, en tja hij staat er zo alleen dus pak ik de djembé. ‘Beweeg als een strateeg’ rap ik en ja hoor, het werkt. Ik zie Keet en Marjoleine al dansen. Irene ligt in een deuk zelfs Menno beweegt, volle glazen worden leeg maar dan… oh jeremetijt… Menno had me nog zo gewaarschuwd… ik voel de eerste regendruppels op m’n kale knar. We vluchten snel naar binnen, het ‘Crackhouse‘ in; de strateeg is Gert die het voorzien had. Binnen zet Dean Bowen de Ballonnenvrees voort. Joost Hoeck roept me weer naar buiten om op het overdekte ‘Beach-podium’ voor het op strandstoelen gezeten publiek onze gezamenlijke rap ‘Laat De Dichters Dromen’ te performen. Tijdens de tour geschreven, we reageerden op elkaar regels, repeteerden in het gras.

Terwijl de regendruppels steeds harder beginnen te kletteren dragen deze dichters en dichteressen voor: Jolies Heij, Monika Vvariazz ( ik luister niet naar woorden, ik luister naar gevoel….beter kun je naar poëzie luisteren niet omschrijven), Marijke Hooghwinkel, Sven Staelens (Huiver woorden op mijn huid), presentatrice Julie Mughunda, Emanuel uit Amsterdam over een navelpluisje, Ria Westerhuis uiteraard
in Drents en eRWeens. Naar Baudelaire en Johnny van Doorn reciteert zij: ‘Wordt Dronken!’ Haar Drentse zuster Delia: ‘het regende vannacht ook’.

Nadat ik ook de Amsterdamse zanger/gitarist Mizza heb begeleid wordt het mij en m’n djembe
te nat en schiet ik het Crackhouse binnen waar net Jan Ducheyne met zijn tweeling aan de voeten de tijd dicht. Yannick kondigt daarop Derrel Niemeijer, nachtburgemeester van Eindhoven aan. Hij is behoorlijk veranderd in superkorte tijd, heeft het lot Eindhoven, Brussel en Oostende op magische wijze aan elkaar verbonden? Ach nee, ach ja, Jan Ducheyne ontpopt zich plots als acteur, hij kruipt in Derrel’s huid. Die kruipt daar als de enige echte uit en stijgt boven zichzelf uit in een ode aan Lou Reed, begeleid door Mizza op gitaar en ondergetekende op je-weet-wel. Wat er daarna volgt is een sterke performance van Vitalski over onder andere de Olifantman, een wolf en een hond in tweestrijd; komisch is het grijnsgedicht.

Martin Beversluis draagt vervolgens voor op elektronische muziek, onder andere een ode aan Jotie ‘t Hooft.  En dan is het tijd voor Chili con of sin carne en het afscheid; altijd moeilijk zeker na zo’n week. Maar voordat het zover is worden een aantal onontbeerlijke personen in het Antwerpse zonnetje gezet: chauffeur Bassie wordt bedolven onder een vijftal cadeau’s voor z’n meesterlijke chauffeurswerk, Irene Siekman en Sven de Swerts voor de gestroomlijnde organisatie, Geraldina Metselaar voor de PR en alle locatie-coördinatoren en cameralieden.

En dan het onvermijdelijke scheiden der wegen dat al begint in het park, wordt voortgezet in Rotterdam waar het druilerig regent. De Duvels worden verdeeld. Het wordt rustiger in de bus waarin de poëzie nog zachtjes ruist. Richting Amsterdam zijn we nog met z’n vijven. Wat gaat het snel. We wuiven gevieren Bassie uit en met een hart vol weemoed zien we de rode bus die acht dagen een deel van ons was gaan de toekomst in.

En als ik op Amsterdam-Sloterdijk in de trein naar Leiden stap denk ik terug aan de vraag die Runa Svetlikova tijdens de afterparty in de Zomerfabriek aan ons stelde: ‘wat laat je achter en wat neem je mee?’ Het antwoord op die goede vraag zal door de toekomst gegeven worden. De wegen van de tijd leiden ons naar een nieuw begin!

Thuis in Leiden zet ik ‘Reason’ op, de laatste cd van de Vlaamse zangeres Selah Sue. Bassie vertelde me dat hij met haar getourd heeft net als met Triggerfinger, die geweldige Belgische band. Selah zingt ‘I am alone without you’. Ik zing: ‘I am alone without you all in the Bus’. Maar ook ‘We should be together-yeah we can reach the Sun if we’re one’. Een zijn wij, waren wij, in verscheidenheid, verbondenheid, kwaliteit, langs de wegen van de tijd. Den Haag, Capelle, Rotterdam, Amsterdam, Tilburg, Eindhoven, Turnhout, Maastricht, Terblijt, Brussel, Oostende, Antwerpen, haltes van de poëzie waar wij grenzen slechtten tussen Nederland en Vlaanderen, tussen poëzie, rap en liedkunst, tussen steden, tussen woord en ritme en nog veel
meer dan ik bevroeden kan.

3412

(c) Rik van Boeckel

Foto’s: Theo Huijgens

N.B. De tekst is niet geredigeerd en integraal overgenomen van het blog dat Rik tijdens de tour bijhield (eerder gepubliceerd op de Facebook-pagina van de Poeziebus).